Een Amsterdamse sopraan

Het debuut van de 22-jarige Cato Sewing bij het Hollandsch Opera-Gezelschap in 1890 was misschien nog wat stijf en angstvallig, maar dat maakte ze in de daaropvolgende jaren meer dan goed.  Cato vertolkte de meest uiteenlopende rollen en de Nederlandse pers kwam superlatieven tekort. Wie was deze Nederlandse sopraan?

Afb. header Operazangeres Cato Engelen-Sewing op de 85ste-verjaardag van tenor Leo de Leeuwe. Rechts de actrice Marie Faassen, 25 november 1952. Foto Anefo. Nationaal Archief

 

Dochter van de loodgieter

Catharina Dorothea (Cato/ Cateau) Sewing wordt op 27 januari 1868 in Amsterdam geboren. Zij is het vierde kind van loodgieter Casper Mathijs Sewing en Asselina Christina Dorothea Nittinger. Het echtpaar krijgt elf kinderen, van wie er vijf voor hun vierde jaar overlijden.

In een interview met het Algemeen Handelsblad uit 1948 vertelt Cato dat ze van haar moeder heeft leren zingen: ‘Moeder had een prachtige stem en toen ik drie jaar was zongen wij samen allerlei kinderversjes.’ Haar echte muziekopleiding begint rond haar veertiende als ze toetreedt tot de muziekschool van de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst in Amsterdam, waar ze in januari 1887 haar diploma behaalt. Cato vervolgt haar opleiding aan het Amsterdamse Conservatorium, maar stopt nog geen vier maanden later; haar ouders vinden het tijd dat ze geld gaat verdienen. Aanvankelijk geeft ze zangles en zingt ze liederen tijdens recitals, maar op 9 april 1890 debuteert Cato bij het Hollandsch Opera-Gezelschap als Maritana in Don César de Bazan van Jules Massenet. 

 

Sopraan Cato Engelen-Sewing
Afb. 1
Cato Engelen-Sewing als Elisabeth in Wagners Tannhäuser, 1896. CBG Verzamelingen / Cato Engelen-Sewing, circa 1905-1910. Spaarnestad Photo. Nationaal Archief

 

‘Vrouwen Krankzinnigen’

Het gaat de jonge Cato niet alleen maar voor de wind. Uit het patiëntenregister van het Buitengasthuis blijkt dat zij van januari tot mei 1888 maar liefst 155 dagen op de afdeling ‘Vrouwen Krankzinnigen’ verblijft. Leidt ze aan een zenuwziekte, is ze oververmoeid van het vele studeren of was ze gewoon ‘hysterisch’ zoals toentertijd vaak werd gezegd? Helaas blijkt dat niet uit het inschrijvingsregister.

Vanuit het Buitengasthuis wordt ze overgeplaatst naar het ‘Krankz. Gest. Ermelo’. In Ermelo is in 1886 het psychiatrische ziekenhuis Veldwijk opgericht door de Vereniging tot Christelijke Verzorging van Krankzinnigen en Zenuwlijders. Hier kunnen de patiënten in een parkachtige omgeving herstellen. Cato’s moeder Asselina verhuist ook naar Ermelo en de twee vrouwen keren pas op 23 januari 1889 terug naar Amsterdam.

 

Druk gezinsleven

Een jaar na haar terugkeer uit Ermelo maakt Cato haar veelbesproken debuut als sopraan. Bij de Opera leert ze ook haar toekomstige echtgenoot kennen, bas-bariton en operaregisseur Hendrikus Mari Cornelis Johannes (Henry) Engelen (1867-1935). Ze trouwen op 7 april 1892 in Amsterdam en in september van datzelfde jaar wordt hun eerste dochter Asselina Christina Dorothea (Line) geboren, een jaar later gevolgd door Elisabeth Petronella (Nelly). In 1902 wordt Henriette geboren; helaas overlijdt het meisje twee maanden voor haar derde verjaardag. Op haar 41ste bevalt Cato van nakomertje Hendrikus Mari Cornelis Johannes Wilhelm (Henry).

Ondanks het drukke gezinsleven verhuizen Cato en Henry regelmatig voor hun werk. Zo verblijven ze in de periode 1897-1901 in Berlijn en Hannover en tussen 1904 en 1909 in Antwerpen. Tussendoor keren ze meestal terug naar Amsterdam, maar het gezin is ook enige jaren woonachtig in Den Haag.

  

Sopraan Cato Engelen-Sewing
Afb. 2
 Ter ere van het 25-jarig jubileum van Cato Sewing-Engelen wordt een beeldhouwwerk gemaakt, 1915. Amsterdam Museum

 

Gevierd sopraan

In mei 1915 wordt Cato’s 25-jarig jubileum als operazangeres groots gevierd in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Voor deze gelegenheid vertolkt ze de rol van Susanna in Le Nozze di Figaro van Mozart. Haar echtgenoot geeft acte de présence als Figaro en Nelly debuteert die avond in de rol van Barbarina. Als huldeblijk wordt ze verrast met een bronzen beeld van haarzelf, zittend op een sofa, vervaardigd door de beeldhouwer Frans Werner. Dit beeldje heeft in ieder geval tot begin jaren ’90 in de Stadsschouwburg gestaan en verhuist daarna naar het Amsterdam Museum.

Na dit jubileum trekt Cato zich langzaam terug. Tot 1922 zingt ze nog af en toe in opera’s, maar zet ze zich steeds meer in voor de zangcarrière van oudste dochter Line. In 1923 verhuist het gezin, met uitzondering van Nelly die in 1916 naar Zuid-Afrika is vertrokken, naar Antwerpen waar Cato aan de slag gaat als zangpedagoge. Hier overlijdt Henry in 1935 en vier jaar later keert Cato terug naar Amsterdam.

Haar (ver)gevorderde leeftijd weerhoudt Cato er niet van regelmatig in het openbaar te verschijnen. Zo wordt zij in 1938, 1948 en 1958 gehuldigd, en verzorgt ze ter ere van haar tachtigste verjaardag nog een laatste optreden. Op 12 december 1961 gaat het mis; de bijna 94-jarige valt in haar huis aan de Nassaukade en breekt haar heup. Ondanks de geslaagde operatie overlijdt Cato vier dagen later aan de complicaties. Op 21 december krijgen haar bewonderaars de kans afscheid te nemen van de gevierde sopraan. In de hal van de Stadsschouwburg is een chapelle ardente (rouwkamer) ingericht. Na het defilé vertrekt de rouwstoet naar Zorgvlied, waar de zangeres onder begeleiding van het mannenkoor van de Nederlandse Opera wordt begraven.

 

Rouwstoet Cato Engelen-Sewing
Afb. 3
De rouwstoet van Cato Engelen-Sewing vertrekt vanaf de Stadsschouwburg richting Zorgvlied, 21 december 1961. Foto Wim van Rossem / Anefo. Nationaal Archief