Dat de twaalfjarige Nel van der Kloot zich voor het tableau vivant ter ere van het koperen huwelijk van haar ouders als melkmeisje verkleedde is niet zo gek. Zij was er daadwerkelijk een van de melkboer. Haar vader Pieter had namelijk een melkinrichting, in die tijd de gangbare aanduiding voor een melkbedrijf, aan de Hoge Rijndijk, en haar oom een stoomzuivelfabriek in de Diefsteeg in Leiden.
Afb. header. Een T-Ford probeert op de Uiterstegracht in Leiden een melkwagen te passeren, 1930. Erfgoed Leiden en Omstreken.
Het is nog niet eens zo lang geleden dat in het straatbeeld de melkboer niet ontbrak. Elke wijk had zijn vaste melkbezorger, die melk leverde van een van de melkgroothandels die de stad rijk was. Aan het begin van de 20ste eeuw telde Leiden rond de twintig melkinrichtingen en zuivelfabrieken, waarvan er drie in handen waren van de familie Van der Kloot.
Zuivelfabrikante
De uit Hillegersberg afkomstige Frank van der Kloot is de jongste van veertien kinderen, van wie tien de volwassen leeftijd bereiken. Zijn vader Cornelis is veehouder, Frank en zijn twee broers staan alle drie te boek als ‘bouwman’. Na zijn huwelijk in 1872 met de Leiderdorpse Petronella Rijnsburger vestigt het echtpaar zich in Leiden. Daar beginnen zij in de (Lange) Diefsteeg een zuivelhandel, waar naast melk ook karnemelk en kaas worden verkocht. Vier maanden na het huwelijk bevalt Petronella van hun eerste kind; er zullen er nog twaalf volgen.
In de inschrijving in het bevolkingsregister van 1890 lezen we dat Frank is opgeklommen van ‘melkverkooper’ naar ‘zuivelbereider’: hij verkoopt nu dus niet alleen de melk, maar houdt zich ook bezig met de productie van zuivelproducten. Na zijn overlijden in 1903 neemt Petronella de zaken waar en staat zij als ‘zuivelfabrikante’ ingeschreven in de bevolkingsregistratie. Van hun negen zonen – van wie twee voor hun tweede levensjaar overlijden – gaan er drie eveneens verder in de ‘melkbereiding’. De andere vier worden slager, vleeshouwer, banketbakker en bloemist.

Afb. 1. Nel van der Kloot als melkmeisje, 1921. De etalage van de Firma F. van der Kloot (ca. 1930) en de pui van de voormalige Melkinrichting F. van der Kloot in de Diefsteeg 10 in Leiden (ca. 2024).
Dijk & Rhijn
De oudste zoon van Frank en Petronella, Pieter, treedt in de voetsporen van zijn vader. Bij zijn keuring voor de Nationale Militie, de voorloper van ons huidige leger, staat onder beroep al ‘melkboer’ genoteerd. In 1898 vertrekt hij naar Wommels om daar als meesterknecht in de zuivelbereiding aan de slag te gaan. Wanneer hij een jaar later naar Leiden terugkeert, betrekt hij een pand aan de Hoge Rijndijk waar hij zijn eigen zuivelfabriek Dijk & Rhijn begint. In 1908 trouwt Pieter in Rotterdam met de negen jaar jongere Adrienne Jacoba Wendel. Zij krijgen drie dochters, van wie Nel (Petronella) de oudste is.
Zijn vijftien jaar jongere broer Johan Hendrik neemt rond 1910 de melkinrichting in de Diefsteeg over die onder de naam Stoomzuivelfabriek Firma F. v. d. Kloot blijft voortbestaan. In augustus 1922 openen de twee broers ook nog een filiaal aan de De Kempenaerstraat 32 in Oegstgeest, maar deze melkhandel wordt waarschijnlijk niet door een Van der Kloot uitgebaat.
Nieuwe producten
De beide broers voeren het vertrouwde assortiment van de melkboer: melk, karnemelk, room en boter en daarnaast uiteraard ook kaas: Goudse, zoetemelkse en Leidse kaas (komijnekaas). In 1913 behaalt Pieter op de Nationale en Internationale Landbouwtentoonstelling te Den Haag zelfs de eerste prijs voor zijn gepasteuriseerde melk. Af en toe lanceren de broers Van der Kloot ook nieuwe producten. Zo verkopen zij in 1920 voor ‘gezondheid en kracht’ staalyoghurt ‘een beproefd middel tegen bloedarmoede en spijsverteringstoornissen’. In 1921 wordt de staalyoghurt door de Gemeentelijke Keuringsdienst van Eet en Drinkwaren onderzocht. Naar hun oordeel was het niets anders dan ‘een kunstproduct, bestaande uit melk, een aan melk vreemd vet en rietsuiker, waarvan het ijzergehalte iets hooger was dan dat van gewone melk of melkyoghurt’. Een jaar later is de staalyoghurt uit de handel verdwenen.
Andere producten slaan beter aan. Zo presenteren zij op de Leidse Tentoonstelling voor Voeding en Melkhygiëne in 1927 hun nieuwste product ‘yoghurt in flessen’ evenals hun pakjes Choco-ijs: ‘een bijzonder fijn product’. Volgens de verslaggever zal het bereidingssysteem dat de broers gebruiken van grote invloed zijn op de productie van consumptie-ijs in het algemeen. In Leiden en Nederland zijn de mensen nog onwetend, maar ‘in Amerika, evenals in Engeland en Duitschland [heeft] de “ice-cream”-fabricatie zich tot ene aparte industrie ontwikkeld’.

Afb. 2. Advertenties van de Firma F. van der Kloot en Melkinrichting Dijk & Rhijn, 1920-1937. Delpher
Na de oorlog gaat het snel bergafwaarts met het zuivelimperium van Van der Kloot. In mei 1946 moet Pieter Dijk & Rhijn (gedwongen) verkopen. Anderhalf jaar later gaat de firma F. van der Kloot een belangengemeenschap aan met de Melkinrichting Menken uit Oegstgeest. Niet veel later is de volledige overname een feit en valt ook voor de Stoomzuivelfabriek Van der Kloot het doek.
Sarah Bosmans
Conservator WieWasWie
Meer informatie
Overzicht van Leidse fabrieken: https://www.hollebeek.nl/leiden/fabrieken/index.html
Zuivelhistorie Nederland: https://www.zuivelhistorienederland.nl/index.html